Vestward

Hoeveel heb je nodig om te kunnen stoppen met werken?

31 augustus 2026

Je legt elke maand geld opzij en je hebt een idee van de richting. Maar hoeveel is genoeg? Hieronder staat hoe die som werkt voor een Nederlandse situatie, en waar hij afwijkt van wat je in Engelstalige bronnen leest.

De 4%-regel klopt hier niet zomaar

De vuistregel die je overal tegenkomt: vermenigvuldig je jaaruitgaven met 25 en dat is je doelbedrag. Hij komt uit Amerikaans onderzoek en gaat uit van een portefeuille waar geen vermogensbelasting overheen gaat, zonder staatspensioen op een vaste leeftijd.

Voor jou geldt geen van beide. Box 3 haalt er elk jaar iets af, ook in de jaren dat je niets opneemt. En je AOW en je pensioen beginnen op een leeftijd die je niet kiest, waardoor je vermogen maar een deel van de rit hoeft te dragen. Die twee werken tegen elkaar in, en welke van de twee zwaarder weegt hangt af van je eigen bedragen.

Wat een rendement van 7% werkelijk betekent

Zeven procent klinkt hoog totdat je de inflatie eraf haalt. Bij 2% inflatie houd je 4,9% over in koopkracht, en dat is het getal waarmee je moet rekenen als je in het geld van vandaag denkt.

Waar dat percentage op rust: Dimson, Marsh en Staunton meten over 1900 tot 2024, honderdvijfentwintig jaar en veertig markten, een rendement op wereldwijde aandelen van 5,2% per jaar ná inflatie. Zeven procent nominaal zit daar dus onder. Geen enkele overheid publiceert een verwachting voor de beurs, dus een officiële bron voor dit getal bestaat niet.

Eén gemiddelde is niet genoeg

Geen enkel beursjaar verloopt gemiddeld. Reken je met één vast percentage, dan krijg je één datum en geen idee hoe hard die datum is.

Wat wél iets zegt is de volgorde. Twee mensen met hetzelfde gemiddelde rendement over dertig jaar kunnen jaren uit elkaar liggen, puur doordat de slechte jaren bij de een aan het begin vielen en bij de ander aan het eind. Wie vlak na zijn stopdatum een slechte beurs treft, verkoopt op het verkeerde moment en haalt dat zelden meer in.

Daarom rekent Vestward duizend verlopen door in plaats van één, en noemt het de slaagkans erbij. Een plan met 95% slaagkans is iets anders dan een plan met 60%, ook als de gemiddelde uitkomst gelijk is.

De volgorde waarin je je geld opneemt

Na je stopdatum leef je eerst van wat op de bank staat, en pas daarna van je beleggingen. Dat is wat de meeste mensen doen, en het beschermt tegen een slechte beurs vlak na je stopdatum: je hoeft dan niet te verkopen in een slecht jaar.

Eerlijk erbij: van de mogelijke volgordes is dit de gunstigste. Wie zijn beleggingen als eerste aanspreekt, komt op een lagere slaagkans uit.

AOW en pensioen verschuiven je datum

Stop je op je 60e en gaat je AOW in op je 67e, dan zijn er zeven jaar die je vermogen alleen moet dragen. Daarna komt er inkomen bij en hoeft het vermogen minder te doen. Precies dat gat bepaalt hoeveel je nodig hebt, en het is de reden dat een vuistregel met één getal hier tekortschiet.

Heb je meerdere pensioenpotten die op verschillende leeftijden ingaan, dan wordt dat gat een trap in plaats van een stap. In de app zie je dat als één tijdlijn, met per leeftijd wat er binnenkomt en of dat je uitgaven dekt.

Waar dit ophoudt

Dit is een rekenhulp en geen financieel advies. Elk getal hierin is een aanname van jou, en één andere aanname verschuift je datum met jaren. Waar de wettelijke bedragen vandaan komen, staat op Onderbouwing.